CE-certificering in staalbouw uitgelegd: executieklassen en montage
- Blog

Waarom CE-certificering steeds belangrijker wordt
Binnen moderne staalbouw draait kwaliteit allang niet meer alleen om het produceren van een staalconstructie. Opdrachtgevers verwachten vandaag zekerheid over veiligheid, traceerbaarheid, uitvoeringskwaliteit en procesbeheersing. Zeker binnen utiliteitsbouw, logistieke projecten, parkeergarages en infrastructurele werken worden de eisen steeds hoger.
Daardoor speelt CE-certificering volgens NEN-EN 1090 een steeds belangrijkere rol binnen de staalbouwsector. Toch is er in de de markt nog regelmatig onduidelijkheid over wat CE-certificering nu daadwerkelijk inhoudt.
Wat betekent CE-certificering?
Sinds de invoering van NEN-EN 1090 moeten dragende staalconstructies binnen Europa CE-gecertificeerd worden geproduceerd en gemonteerd. CE-certificering betekent dat een staalbouwer aantoonbaar werkt volgens gecontroleerde processen, vastgelegde kwaliteitsprocedures en periodieke controles door onafhankelijke instanties.
Daarbij draait het niet alleen om productie, maar om het volledige proces van engineering tot montage. Onder CE vallen onder andere materiaaltraceerbaarheid, lasprocessen, toleranties, inspecties, conservering, montageprocedures en kwaliteitscontroles.
Brink Staalbouw is CE-gecertificeerd volgens NEN-EN 1090-1 voor de executieklassen EXC2 en EXC3. Daarnaast beschikt Brink over de NEN-ISO 3834-2 certificering voor uitgebreide kwaliteitseisen binnen lasprocessen.
Wat zijn executieklassen?
Binnen CE-certificering wordt gewerkt met executieklassen EXC1 tot en met EXC4. Hoe hoger de executieklasse, hoe strenger de eisen rondom engineering, productie, documentatie, inspecties en montage.
EXC2 wordt veel toegepast binnen reguliere utiliteitsbouw en bedrijfshallen, terwijl EXC3 bedoeld is voor complexere en zwaarder belaste constructies zoals logistieke centra, parkeergarages en infrastructurele projecten. Bij hogere executieklassen nemen ook de eisen rondom traceability, kwaliteitscontroles en lasinspecties toe.
Dat betekent dat exact herleidbaar moet zijn welk staal is toegepast, welke lasser het werk heeft uitgevoerd en welke inspecties zijn uitgevoerd.
Ook montage en detaillering vallen onder CE
Wat veel mensen niet weten, is dat CE-certificering niet stopt zodra het staal de fabriek verlaat. Ook montage op de bouwplaats valt nadrukkelijk onder EN 1090.
Daarbij worden eisen gesteld aan montageprocedures, boutverbindingen, maatvoering, toleranties en uitvoeringscontrole. Zelfs zaken zoals het ponsen of boren van gaten zijn binnen hogere executieklassen vastgelegd om vervorming, micro-scheuren en vermoeiingsproblemen te voorkomen.
Juist bij complexe utiliteits- en logistieke projecten wordt dat steeds belangrijker. Kleine afwijkingen in engineering, productie of montage kunnen namelijk grote gevolgen hebben voor aansluitingen, gevels, prefab-elementen en montagesnelheid.
Lasinspecties en afwerkingsniveaus
Laswerk vormt een cruciaal onderdeel van iedere staalconstructie. Afhankelijk van de executieklasse worden visuele inspecties, steekproeven en aanvullende niet-destructieve onderzoeken uitgevoerd. Binnen EXC3-projecten nemen die inspectie-eisen aanzienlijk toe.
Daarnaast spelen ook afwerkingsniveaus zoals P1, P2 en P3 een steeds grotere rol. Zeker binnen zichtwerkconstructies, parkeergarages en hoogwaardige utiliteitsbouw worden hogere eisen gesteld aan esthetiek, conservering en detaillering.
Een hogere afwerkingskwaliteit zorgt niet alleen voor een mooier eindresultaat, maar ook voor betere conservering, langere levensduur en lagere onderhoudskosten.
